Klimop klas

Debby Peters
Jessica Luttik
Karin Dame

De dinsdag in de Klimopklas
Op de dinsdag werkt juf Jessica met groepjes kinderen of soms zelfs met een kind individueel. De kinderen worden geholpen op een bepaald vakgebied en dan vaak een bepaald onderdeel daarvan, bijvoorbeeld werkwoordspelling, passieve woordenschat of breuken. De kinderen komen uit alle groepen: van groep 1 t/m groep 8.

Als er voor een kind een hulpvraag komt, start de procedure:
* Hulpvraag wordt ingediend bij de Klimop-leerkracht.
* Leerkracht en Klimopleerkracht hebben overleg over het kind;
* Als er plaats is in de Klimopklas, wordt het kind ingedeeld, meestal in een groepje en voor een periode van gemiddeld 8 weken;
* Er wordt een handelingsplan, hulpformulier en rooster gemaakt en de ouders worden geïnformeerd over de dag/tijd etc.
* Na deze periode is er evaluatie-overleg en wordt bekeken of doel(en) zijn behaald en hoe we verder gaan.
Kinderen, ouders en leerkrachten zijn op hun manier allemaal bij dit proces betrokken.

Op een dinsdag komen er zo’n 12 groepjes aan de beurt. De tijd voor elk groepje is gemiddeld 25 minuten.
Uiteraard is er regelmatig overleg met de betreffende leerkrachten. Ook aan de kinderen wordt aan het einde van een Klimop-periode altijd gevraagd hoe zij de hulp hebben ervaren.

Het is belangrijk dat de kinderen door deze extra hulp vooruit gaan. Soms is het voor een kind ook heel fijn om even wat persoonlijke aandacht te krijgen en daardoor te kunnen groeien.
Een kind dat zegt: “Juf, ik kijk elke week erg uit naar de Klimopklas want dat kan ik lekker hardop lezen in een klein groepje”.
is ook heel wat waard.
Of: “Juf, ik vind het zo fijn dat alles nog een keer rustig wordt uitgelegd en ik durf ook alles te vragen”.

Een donderdagochtend in de Klimop klas.

8.45-9.15 uur

We beginnen met 4 kinderen uit groep 3, die extra uitdaging nodig hebben. Ze leren lezen en schrijven. Een jongen draait met zijn armen en kijkt omhoog. Een ander wiebelt op zijn stoel. De uitdaging die deze kinderen hebben is leren om te leren. Een van de kinderen leest de woorden alsof hij 8 is. ‘Heel goed gedaan!’ Het schrijven gaat wat moeilijker. ‘Juf dat lukt me niet.’ ‘Je kunt het wel, probeer maar.’ Daarbij is af en toe streng zijn ook nodig, om de kinderen over een heuveltje te helpen om een taak die ze moeilijk vinden wél te doen. Dat is even worstelen, alleen blij dat ze zijn als het gelukt is!

9.15-9.45 uur

De SOVA begint, dit is een les waarin aandacht besteed wordt aan sociaal emotionele ontwikkeling.  ‘Jullie mogen een huis tekenen. Als jullie even getekend hebben mag je je huis doorgeven en dan gaat je buurman of –vrouw ermee verder.’ Een rust daalt over de klas. Het enige dat je hoort is de muziek en het geluid van potloden over het papier. Geconcentreerd tekenen de kinderen verder aan het huis van een ander kind. ‘Nu krijg je je tekening terug en die mag je afmaken,’ zegt de juf. ‘Hoe was het om aan de tekening van een ander te werken?’ ‘Leuk.’ Duimen gaan omhoog. Ik heb een puzzel erbij gekregen en gezichtjes voor de ramen. Kinderen leren samen te werken en elkaars tekening te respecteren.

9.45-10.15

De kinderen uit groep 5 A en 5B doen tijdens de SOVA dezelfde opdracht als de kleinere kinderen. In alle stilte tekenen de kinderen hun huis en geven zij de tekening door als juf Janneke dat van hen vraagt.

De een denkt na voordat hij of zij wat tekent bij een tekening van een ander, de ander tekent spontaan vlaggen op de daken. Een zwembad mag ook niet ontbreken. Ze krijgen hun eigen tekening weer terug en willen het huis ook weer een beetje ‘eigen’ maken. ‘Mijn tekening is wel een beetje druk geworden, het zwembad vind ik niet zo mooi’ zegt een meisje. Een ander vindt de extra vlaggen heel leuk. Ze vonden het leuk om samen een verhaal met de tekening te maken, toch vonden ze het ook belangrijk om aan te geven welke veranderingen ze niet fijn vonden.

10.30-12.00 uur

In deze periode komt elk half uur een groepje kinderen uit de groepen 6, 7 en 8 voor extra uitdaging. We beginnen zoals elke week met de ‘witte schriftjes’. Hierin staat wat zij de afgelopen week in de klas als extra werk hebben gedaan. Zij bepalen zelf hoeveel zij doen in de week. Dit werk kan bijvoorbeeld bestaan uit rekenen, wiskunde, taal, Engels, Frans, Latijn. In de klimopklas zijn vele onderwerpen waar zij uit kunnen kiezen. ‘Ik ben tot pagina 12 gekomen juf,’ zegt een jongen. In zijn schriftje staat dat hij tot blz. 6 zou gaan.  ‘Goed gewerkt!’ Twee meiden doen een presentatie. Juf Janneke stelt vragen om ze te laten praten. Daardoor wordt de presentatie levendiger en gaan ze vertellen wat ze weten. ‘Ik heb niets kunnen doen.’ De jongen kijkt de andere kant op als hij dit zegt. Hij weet dat dat niet de bedoeling is. ’ Soms kan het gebeuren dat kinderen hun werk door omstandigheden in de klas niet afkrijgen. Soms is het echter zo dat het kind niet wil. Dit is een kenmerk van hoog- of meerbegaafde kinderen. Ook dan helpen we ze om door te zetten zodat ze leren leren.